Wilhelmus (lagu)

Dari Wikipedia bahasa Indonesia, ensiklopedia bebas
Langsung ke: navigasi, cari
Het Wilhelmus
Print bladmuziek.jpg
Lembaran musik Het Wilhelmus
Lagu kebangsaan  Belanda
Lirik Pengarang tidak diketahui
Diadopsi 1932
Sampel Musik

Wilhelmus adalah Lagu Kebangsaan Belanda. Lagu ini terdiri dari 15 bait yang sama-sama membuat sebuah akrostikhon: pada varian yang lama, huruf-huruf pertama dari ke 15 bait semuanya membentuk nama Willem van Nassov.

Biasanya hanya bait pertama dan keenam, atau bait pertama saja yang dinyanyikan.

Wilhelmus menjadi lagu kebangsaan Belanda sejak tanggal 10 Mei 1932. Meskipun tidak secara resmi diakui sebagai lagu kebangsaan Belanda sampai tahun 1932, Wilhelmus adalah lagu yang tertua di dunia.[1] Lagu ini pertama kali ditulis pada tahun 1574,[2] membuatnya sudah berusia lebih dari 437 tahun. Dulu di Hindia-Belanda (Indonesia) pernah ada pula terjemahan (resmi) dalam Bahasa Melayu yang suka dinyanyikan.

Teks dalam bahasa Belanda[sunting | sunting sumber]

Wilhelmus van Nassouwe
ben ik, van Duitsen bloed,
den vaderland getrouwe
blijf ik tot in den doet (=dood).
Een Prinse van Oranje
ben ik, vrij onverveerd,
den Koning van Hispanje
heb ik altijd geëerd.

In Godes vrees te leven
heb ik altijd betracht,
daarom ben ik verdreven,
om land, om luid gebracht.
Maar God zal mij regeren
als een goed instrument,
dat ik zal wederkeren
in mijnen regiment.

Lijdt u, mijn onderzaten
die oprecht zijt van aard,
God zal u niet verlaten,
al zijt gij nu bezwaard.
Die vroom begeert te leven,
bidt God nacht ende dag,
dat Hij mij kracht zal geven,
dat ik u helpen mag.

Lijf en goed al te samen
heb ik u niet verschoond,
mijn broeders hoog van namen
hebben 't u ook vertoond:
Graaf Adolf is gebleven
in Friesland in den slag,
zijn ziel in 't eeuwig leven
verwacht den jongsten dag.

Edel en hooggeboren,
van keizerlijken stam,
een vorst des rijks verkoren,
als een vroom christenman,
voor Godes woord geprezen,
heb ik, vrij onversaagd,
als een held zonder vreden
mijn edel bloed gewaagd.

Mijn schild ende betrouwen
zijt Gij, o God mijn Heer,
op U zo wil ik bouwen,
Verlaat mij nimmermeer.
Dat ik doch vroom mag blijven,
uw dienaar t'aller stond,
de tirannie verdrijven
die mij mijn hart doorwondt.

Van al die mij bezwaren
en mijn vervolgers zijn,
mijn God, wil doch bewaren
den trouwen dienaar dijn,
dat zij mij niet verrassen
in hunnen bozen moed,
hun handen niet en wassen
in mijn onschuldig bloed.

Als David moeste vluchten
voor Sauel den tiran,
zo heb ik moeten zuchten
als menig edelman.
Maar God heeft hem verheven,
verlost uit alder nood,
een koninkrijk gegeven
in Israël zeer groot.

Na 't zuur zal ik ontvangen
van God mijn Heer dat zoet,
daarna zo doet verlangen
mijn vorstelijk gemoed:
dat is, dat ik mag sterven
met eren in dat veld,
een eeuwig rijk verwerven
als een getrouwen held.

Niet doet mij meer erbarmen
in mijnen wederspoed
dan dat men ziet verarmen
des Konings landen goed.
Dat u de Spanjaards krenken,
o edel Neerland zoet,
als ik daaraan gedenke,
mijn edel hart dat bloedt.

Als een prins opgezeten
met mijner heires-kracht,
van den tiran vermeten
heb ik den slag verwacht,
die, bij Maastricht begraven,
bevreesde mijn geweld;
mijn ruiters zag men draven
zeer moedig door dat veld.

Zo het den wil des Heren
op dien tijd had geweest,
had ik geern willen keren
van u dit zwaar tempeest.
Maar de Heer van hierboven,
die alle ding regeert,
die men altijd moet loven,
en heeft het niet begeerd.


Zeer christlijk was gedreven
mijn prinselijk gemoed,
standvastig is gebleven
mijn hart in tegenspoed.
Den Heer heb ik gebeden
uit mijnes harten grond,
dat Hij mijn zaak wil redden,
mijn onschuld maken kond.

Oorlof, mijn arme schapen
die zijt in groten nood,
uw herder zal niet slapen,
al zijt gij nu verstrooid.
Tot God wilt u begeven,
zijn heilzaam woord neemt aan,
als vrome christen leven,-
't zal hier haast zijn gedaan.

Voor God wil ik belijden
en zijner groten macht,
dat ik tot genen tijden
den Koning heb veracht,
dan dat ik God den Heere,
der hoogsten Majesteit,
heb moeten obediëren
in der gerechtigheid.

Terjemahan
Wilhelmus dari Nassau,
Adalah aku, yang berdarah Belanda.
Setia pada tanah air,
sampai aku mati.
Sebagai Pangeran Oranye
bebas dan tak gentar.
Raja Spanyol
selalu aku hormati.

Hidup dengan takut dalam Tuhan
Selalu aku usahakan.
Karena hal inilah aku diusir
Dari tanah dan rakyatku.
Tetapi Tuhan akan menuntunku
seperti hamba yang baik.
Sehingga aku mungkin bisa kembali
ke tanahku.

Setia pada tujuanku,
yang jujur dari sananya.
Tuhan tidak akan meninggalkanmu
meskipun kamu dalam kesulitan.
Ia yang mencoba hidup dalam Tuhan,
haruslah berdoa siang dan malam,
Ia akan memberiku kekuatan
dan aku akan menolongmu.

Hidup dan keberuntunganku
tidak menyebabkan aku meninggalkanmu.
Saudaraku yang lebih tua
sudah menunjukkan hal ini:
Count Adolf gugur
dalam pertempuran di Frisia.
Jiwanya dalam kehidupan abadi
menunggu Penghakiman Terakhir.

Referensi[sunting | sunting sumber]